Indonesië - Sumatra

 

Sumatra, ongeveer zo groot als Frankrijk, is het grootste helemaal Indonesische eiland. Het is niet in enkele woorden samen te vatten, want zowel de natuur als de mens heeft er ontelbare verschijningsvormen. Van de bruisende moderne hoofdstad Medan kan je op een paar uur diep in het nog grotendeels maagdelijke regenwoud staan, vlakbij wilde olifanten, orang oetans en (zeldzame) tijgers. Waar het oosten en het zuiden moerasachtig en plat zijn wordt het westen van het eiland gekenmerkt door honderden kilometers vulkanisch gebergte bekleed met regenwoud of schitterende rijstvelden. De verschillende volkeren hebben elk hun eigen manier om een huis te bouwen (verschillende variaties op bizarre puntdaken), hun eigen muziek, dansen, klederdracht, gebruiken, verhalen. We ontdekken zowel de matriarchale moslimmaatschappij van de Minangkabau (bij Padang) als de Christelijke Batak die een indrukwekkende cultuur hebben opgebouwd van Medan tot het mystieke Tobameer.

Medan, de derde stad van Indonesië, is het kloppende economische hart van Sumatra. Dit was onder de Nederlanders het handelscentrum waar de rijkdommen van de plantages uit het binnenland binnenstroomden. De tekenen uit het zowel Christelijke als Islamitische verleden zijn er nog maar de stad neemt nu actief deel aan de wereldeconomie en de bevolking is heel kosmopolitisch.

Niet ver van Medan, de enorme plantages voorbij, bevindt zich het Gunung Leuser nationaal park, een enorm stuk ongerept en grillig regenwoud te midden van vulkanen. Hier komt onder andere de Sumatraanse tijger nog voor. Aan de rand daarvan, in Bukit Lanwang, kan je kennis maken met de Sumatraanse Orang Utan.

Voor wie dichter bij de jungle wil zijn, is Tangkahan een echt aanrader! Het leven langs en op de snelstromende bruine of zwarte rivieren, of dieper in het oerwoud waar kleinere stromen prachtige watervallen tussen de lianen vormen, dichtbij de woonplaats van wilde of getemde olifanten, … een niet te missen kant van Sumatra!

In Brastagi zijn we volledig aanbeland in het gebied van de Batak. Er zijn verschillende volkeren die zich Batak noemen, en ze hebben elk een gelijkaardige maar toch verschillende eigen architectuur en gebruiken, waar ze je graag over zullen vertellen, of liever nog… zingen.
Brastagi is de hoofdstad van de noordelijke Batak, de Karo. Het is een aangenaam koele en “coole” plaats in het gebergte en een geliefde vakantieplek voor inwoners van Medan. Bezoek er zeker de fruitmarkt, die een bonte impressie geeft van de natuurlijke rijkdommen in deze streek, de rokende plaatselijke vulkaan of de Katholieke kerk in Batak-stijl.

Het Tobameer is de meest mystieke natuurlijke omgeving die je in Sumatra kan vinden. Elk nieuw zicht op het meer onthult een ander prachtig decor. Dit enorme kratermeer is echt een gat in Sumatra, met daarin een ander eiland: Samosir, het centrum van de Toba-Batak. Zij zijn nu Christelijk maar vereren nog steeds het meer als een god, getuige de heiligdommen en verrassende praalgraven erlangs. Samen met de goed bewaarde traditionele huizenformaties van de Toba-batak getuigen ze van een rijke cultuur en een rijk verleden dat trouwens nog steeds enthousiast wordt … bezongen.

Op weg naar het land van de Minangkabau zal je niet éénmaal maar zoveel mogelijk stil staan bij de imposante natuur en vooral de veranderingen daarin, die Sumatra zo fascinerend maken. Alles lijkt hier groter: de bergen, de valleien, de rivieren, … Het is ook een land dat leeft, getuige de vulkanen en de veelvuldige warmwaterbronnen.
De Minangkabau, die wonen in de streek bij Padang (West-Sumatra), combineren hun oude matriarchale (de vrouw is de baas!) cultuur met de Islam. Ze zijn een welvarend volk, en hebben ook nog het geluk in een prachtig land te leven.
Bukittinggi is het “laid back” culturele centrum van de Minangkabau. Het stadje, gebouwd naast een enorme barst in de aardkorst, wordt verder gedomineerd door twee imposante vulkanen. Het is hier aangenaam toeven in het koele en zonnige klimaat. Het is verder een ideale uitvalsbasis om het land van de Minangkabau, zijn natuur, zijn bijzondere architectuur, de traditionele industrieën van de bevolking en de lokale gastronomie te verkennen.

Als afsluiter eindigen we onze reis in Sumatra op een prachtig bounty eilandje, met witte stranden, palmbomen en geen wegen: Cubadak. Het is een  klein eilandje met 1 hotel. Je kan hier prachtig snorkelen, duiken en andere watersporten beoefenen. Het regenwoud is zeker een bezoek waard.